
Grote schoonmaak !
Grote schoonmaak
In het kleine Kabouterstraatje, waar de huisjes scheef maar gezellig naast elkaar stonden, was het al dagenlang opvallend druk. Pasen kwam eraan, en dat betekende maar één ding: grote schoonmaak en grote spanning.
Al van 's morgens vroeg klonk overal geschrob en gepoets. De vrouwenkabouters hadden hun schorten voorgebonden en waren gewapend met piepkleine borsteltjes, emmertjes sop en een hoop goede moed. Geen enkel hoekje ontsnapte eraan.
Kaboutervrouw Mientje stond op een laddertje haar ramen te poetsen en riep naar haar buurvrouw:
"Als de paashaas straks langskomt en hij ziet die vlekken op mijn raam, dan draait hij zich om en legt hij zijn eitjes ergens anders!"
Buurvrouw Trien moest lachen, maar poetste toch nog een extra keer haar koperen deurklink op. Zelfs de stoep voor haar huis glom alsof hij net nieuw was.
Aan het einde van de straat probeerde kaboutervrouw Roos haar matten uit te kloppen, maar bij elke klap vloog er zoveel stof op dat buurman Theo drie keer achter elkaar moest niezen.
"Pas op! Mijn snor zit vol stof!" mopperde Theo terwijl hij met zijn muts zwaaide.
"Dan moet je maar helpen poetsen in plaats van commentaar geven!" antwoordde Roos zonder op te kijken.
Ondertussen waren de kindkabouters met heel andere dingen bezig. Zij zaten niet stil, maar lagen op hun buik in het gras met grote plannen voor paasochtend.
"Ik wed dat de eitjes dit jaar in die kar liggen," zei kleine Pim geheimzinnig.
"Toch niet in de volle zon ? Dan smelten de chocolade-eitjes!" riep Lisa.
"Niet als het nep-eitjes zijn!" antwoordde Pim trots, alsof hij een groot geheim kende.
Kaboutertje Noor had een kaart getekend van het hele straatje, compleet met kruisjes op verdachte plekken: achter de bloempotten, onder de hoge boomwortel, naast de brievenbus en zelfs boven op het dak van opa kabouter.
"Waarom op het dak?" vroeg iemand.
"Omdat de paashaas misschien sportief is," zei Noor heel serieus.
Verderop waren twee kleine kabouters al aan het oefenen met zoeken. Ze stopten kastanjes onder bladeren en deden alsof het paaseieren waren, maar vergaten steeds waar ze die verstopt hadden.
"Ik vind dat we eerst koekjes moeten eten voor extra energie," stelde Bram voor.
Dat voorstel kreeg natuurlijk meteen veel steun.
In bijna elk huisje rook het intussen heerlijk naar versgebakken koekjes, kaneelbroodjes en warme chocolademelk. Kaboutermannen probeerden lichtslingers op te hangen, maar dat ging niet zonder problemen.
Kabouter Jan stond op een krukje om een slinger vast te maken, toen het krukje wegschoof en hij met slinger en al in de struik belandde.
"Zo hangt het ook feestelijk," zei hij terwijl alleen zijn muts nog zichtbaar was tussen de bladeren.
Tegen de late namiddag blonk het hele straatje. De ramen schitterden, de deurmatten lagen netjes recht, en overal hingen lentebloemen en gekleurde lintjes.
En nu maar hopen dat de paashaas ons straatje niet vergeet ! Dat is spannend afwachten.

